Lars zit naast Loes.

Hij leest in zijn boek. 

iDevice Vraag-pictogram1. wat is goed?
stip aan wat goed is.   
Loes leest een boek.
Lars leest in het boek van Loes.
Lars leest een boek.

Bart pakt zijn fiets.

Hij rijdt naar Niels. 

iDevice Vraag-pictogram2. wat is goed?
stip aan wat goed is.   
De fiets is van Niels.
Niels fietst.
Bart fietst naar Niels.

De hond van Stijn loopt in de tuin.

Hij graaft een kuil. 

iDevice Vraag-pictogram3. wat is goed?
stip aan wat goed is.   
Stijn is in de tuin met zijn hond.
De hond graaft een kuil.
Stijn graaft een kuil.

Lot is boos op Hein.

Ze geeft hem een tik. 

iDevice Vraag-pictogram4. wat is goed?
stip aan wat goed is.   
Hein geeft Lot een tik.
Hein krijgt een tik van Lot.
Lot krijgt een tik van Hein.

Jip kijkt door het raam.

Hij ziet oom Tim in de tuin.

Poes is er ook. 

iDevice Vraag-pictogram5. wat is goed?
stip aan wat goed is.   
Oom Tim en poes zijn in de tuin.
Jip kijkt met poes door het raam.
Poes kijkt door het raam.