"Ik kan op de getallenlijn springen met sprongen van 10 en sprongen van 1."

We gaan sprongen maken op de getallenlijn: eerst sprongen van 10 en dan sprongetjes van 1.

We springen naar het getal 42:

Dat zijn sprongen van 10 en sprongetjes van 1.


Nu springen we naar het getal 63.
Dat zijn sprongen van 10 en sprongetjes van 1.


Spring naar het getal 75.
Dat zijn sprongen van 10 en sprongetjes van 1.


Spring naar het getal 58.
Dat zijn sprongen van 10 en sprongetjes van 1.


Spring naar het getal 92.
Dat zijn sprongen van 10 en sprongetjes van 1.