Test je kennis over werkwoorden!

1 / 10
  1. Bij welke vorm pas je de regel van 't fokschaap toe?
    1.   Persoonsorm: sterk, tt
    2.   Persoonsorm: zwak, vt
    3.   Heel werkwoord
    4.   Persoonsorm: zwak, tt
    5.   Persoonsorm: sterk, vt