Sterke werkwoorden

  
Kom je er echt niet uit?
Klik dan op de Hint knop.

Schrijf de persoonsvormen in de verleden tijd.

houden
Ik wou dat jij je mond eens .
hij altijd al van dat meisje?
Wij vroeger elke week een slaapfeestje.
jij je kleine zusje wel goed vast?
Zij (meervoud) van schoolreisjes naar een pretpark.

knijpen
Dat kleine meisje haar broertje.
jullie hem toen in het donker?
Ik van angst in mijn arm.
jij hem wel eens van angst?
Wij die jongen, omdat hij altijd zo gemeen doet.

drijven
daar niet een matras in de sloot?
jij op je rug in de Dode Zee?
Wij vaak onze zin door.
jullie je zin nooit eens door?
De boot zonder roer door het kanaal.

drinken
Die man zich bijna dood.
Zij (enkelvoud) elke dag een liter melk.
Jullie in de vakantie toch geen alcohol?
Waarom jij zoveel cola?
De woestijnreizigers veel water voor ze de reis ondernamen.

vallen
Sven plotseling van de stoel.
Ik met mijn neus in de boter.
Door zijn spreukbeurt hij nogal op.
Mijn oma gisteren van de trap.
Twee vreemde jongens in de voetbalwedstrijd.

bieden
Hoeveel hij voor die auto?
jij wel eens op marktplaats.nl?
Wij die oude mensen onze plaats aan.
Ik vijf euro voor dat spelletje.
Die jongen nog nooit zijn plaats aan oudere mensen aan.