Sterke werkwoorden

  
Kom je er echt niet uit?
Klik dan op de Hint knop.

Schrijf de persoonsvormen in de verleden tijd.

vergeten
jij alweer boodschappen te doen?
Wij ons huiswerk te maken.
Ik mijn lidmaatschapskaart mee te nemen.
Mirjam de deur dicht te doen.
Mirjam de deur dicht te doen.

vangen
De stropers vorige nacht tien hazen
Wat jij die bal weer slecht, Sven.
Wij een paar loslopende katten.
de vogelaar een paar meesjes?
De voorstelling om tien uur aan.
.
begrijpen
De leerling niets van dat verhaal.
Hij dat hij mocht doorrijden.
jullie niet dat je de ballon moest loslaten.
Kelly van wiskunde helemaal niets.
Ik niet dat ik de bal naar Michel moest spelen.

binden
Waarom jij je paard zo goed vast?
Ik een bosje bloemen bij elkaar.
Zij (meervoud) een zakdoek voor hun mond.
Gerda het haar van haar zus op.
De indianen de cowboys aan de martelpaal.

klinken
De klokken door het hele dorp.
die muziek niet prachtig?
De violen nogal vals.
Die lege ton erg hol.
De voorzitters op de goede afloop van hun toespraken.

bezoeken
de familieleden de zieke niet.
Vader de drukbezochte ouderavond.
Zij de tentoonstelling van Karel Appel.
jij de dierentuin alweer?
Zij (meervoud) het bloemencorso in Turnhout.