PV (zwakke werkwoorden)

  
Kom je er echt niet uit?
Klik dan op de Hint knop.

Schrijf de persoonsvormen in de verleden tijd.


branden
Ik mijn hand aan de kachel.
Het huis tot de grond toe af.
De barbecue perfect.
het kampvuur vorig jaar wel goed?
Onze buren gisteren kranten in de open haard.

broeden
Deze koekoek zijn eieren niet zelf uit.
Die jongen een lelijk plannetje uit.
De kippen al een week op de eieren.
die struisvogel haar ei zelf uit?
Deze eend lang voordat haar eieren uit kwamen.

niezen
Ik omdat ik verkouden was.
Mijn broers door niespoeder.
jij ook door dat niespoeder?
Oom Ger vorige week een paar keer.
Wij zo hard dat de tranen in onze ogen sprongen.

bellen
Mijn zusje de hele dag.
De juf toen de school begon.
Vorige week mijn moeder.
De kinderen bij alle huizen aan.
Ik naar mijn oma in Suriname.

rollen
De politie een boevenbende op.
De jongens van het duin af.
Hij op de grond, omdat hij duizelig was.
Het glas van de tafel.
Ze (enkelvoud) om van het lachen.

bonzen
Lenny met twee vuisten op tafel.
Zwarte Piet op het raam.
jij op de tafel, omdat je boos was?
Opa voor de grap op de deur.
Ik op de deur van de wc, omdat ik er niet uit kon.