PV (zwakke werkwoorden)

  
Kom je er echt niet uit?
Klik dan op de Hint knop.

Schrijf de persoonsvormen in de verleden tijd.


kruiden
Moeder het eten veel te sterk.
jij het vlees vandaag?
Misschien je zusje het wel.
Nee, hoor ik het vlees.
Deze koks het voedsel voor het feestmaal.

verhuizen
Wij vorig jaar naar Leiden.
Mijn grootouders naar Afrika.
jouw ouders wel eens?
Nee, zij (meervoud) nog nooit.
Die mensen voor de derde keer in twee jaar.

betalen
Waarom jij je schuld niet?
Mijn opa mijn ijsje.
Je broer zijn contributie toch wel?
zij (enkelvoud) de toegang voor jou?
De bezoekers meerdan drie euro voor het circus.

laden
De chauffeur de stenen op zijn wagen.
hij die zakken grind in zijn auto?
De tuinman een kruiwagen vol zand.
De koks de tafel vol eten.
Ik de vakantiespullen in de caravan.

verbazen
Hij zijn ouders met zijn rapport.
Ik mij over die knappe goocheltoer.
jullie je daar niet over?
Mijn tante zich over mijn conditie.
Wij ons over de snelheid van die raceauto.

reizen
Mijn oom en tante naar Groenland.
Wij vorig jaar naar Rusland.
jullie toen ook met een vliegtuig?
De reiziger naar China.
Dat meisje met haar vriendin naar Spanje.