"Ik weet hoe ik een heel werkwoord moet schrijven."

Vul alles in en klik dan op "Controleer". Druk op [?] of "Hint" voor hulp. Dat kost echter wel punten.
Als je een werkwoord in een woordenboek zoekt, zoek je altijd naar het hele werkwoord, dus niet naar een persoonsvorm.

Voor een heel werkwoord gelden de spellingregels die je al gewend bent, dus bijv. knippen met pp en slapen met één a. En je schrijft bijvoorbeeld ik leef en wij leven.
We noemen het hele werkwoord ook wel de woordenboekvorm: je schrijft het, zoals het in het woordenboek staat. Er gelden geen aparte regels.

Opdracht: vul telkens het hele werkwoord in.

Stam Heel werkwoord
slaap slapen
geeuw
drink
plak
schrijf
sleep
duw
blaas
verzorg
vernieuw

Onthoud: een heel werkwoord schrijf je, zoals het in het woordenboek staat. Er gelden geen aparte regels.