Het geheim in de mist


(1) De mist hing dik en koud boven de grote rivier. Arvid, een dertienjarige, Frankische jongen, hield zijn adem in. Hij wist dat hij hier niet hoorde te zijn. Hij was veel te ver naar het noorden afgedwaald, tot diep in de zompige landen van de Friezen. Zijn vader had hem vaak gewaarschuwd: “De Friezen zijn net zo ongetemd als de zee. Blijf uit hun buurt.”

(2) Plotseling kraakte er een tak. Arvid dook weg achter een dikke boom en klemde zijn mes in zijn hand.

(3) Aan de overkant van de rivier stond een meisje, ongeveer even oud als hij. Ze droeg een jurk van grijze wol en een warme mantel tegen de snijdende wind. Aan haar kleding zag Arvid het meteen: zij was een Friezin. Ze controleerde een visnet, maar keek verbaasd op toen ze Arvids Frankische broek en leren laarzen zag.

(4) Ze keek Arvid lief aan. Dat bracht hem in verwarring. Franken en Friezen vochten al zo lang om het land; ze waren vijanden. Maar het meisje zag er helemaal niet gevaarlijk uit. Ze zag er vooral… alleen uit. Net als hij.

(5) Toen deed ze iets onverwachts. Ze haalde een glanzend, wit schijfje uit haar zak, gesneden uit het bot van een walvis. Ze legde het op een grote steen aan de oever en deed een paar stappen terug, de schaduw van de struiken in.

(6) Arvid begreep haar bedoeling. Hij waadde door het koude water, pakte het schijfje en legde zijn eigen mooie riemgesp op de steen terug. Een ruil. Een geheim gebaar tussen twee kinderen die officieel geen vrienden mochten zijn.

(7) Het meisje nam de gesp, glimlachte vluchtig en verdween tussen de bomen. Arvid bleef achter en keek naar het witte botje in zijn hand. Hun vaders vochten om macht en land, maar hier, bij de rivier, hadden twee jonge mensen zojuist vrede gesloten.

afb.png