Taal Actief groep 7 - Werkwoorden: vt en VD

  
Kom je er echt niet uit? Klik dan op de Hint knop.

tegenwoordige tijd (nu)
verleden tijd (toen)
deelwoord
wij kleuren
wij
wij hebben
wij plagen
wij
wij hebben
ik reken
ik
ik heb
ik ren
jij
hij heeft
de vrouwen roeien
de mannen
de kinderen hebben
jullie ruilen
jullie
hebben jullie ?
wij spelen
jullie
zij hebben
wij trouwen
jullie
zij zijn
wij zwaaien
jij
zij heeft


tegenwoordige tijd (nu)
verleden tijd (toen)
deelwoord
wij reizen
wij reisden
wij hebben
jullie blozen
ik
ik heb
zij grazen
de koeien
zij hebben gegraasd
wij niezen
wij
wij hebben geniesd
wij ons
wij verbaasden ons
wij hebben ons
zij
hij verhuisde
hij is
hij verwaarloost
hij
jullie hebben
wij
wij
wij hebben gevreesd


tegenwoordige tijd (nu)
verleden tijd (toen)
deelwoord
wij leven
zij
zij hebben
wij beloven
ik beloofde
ik heb
zij draven
jullie
het paard heeft
wij durven
ik
wij hebben
wij
wij geloofden
wij hebben
hij
hij
hij heeft gehandhaafd
jullie proeven
jullie
jullie hebben
jullie
jullie
jullie hebben geverfd


tegenwoordige tijd (nu)
verleden tijd (toen)
deelwoord
wij
wij werkten
wij hebben
ik plaats
ik plaatste
ik heb
wij raken
wij
wij hebben
wij schoppen
wij
wij hebben
wij
wij slikten
wij hebben
zij snoept
hij
hij heeft
jullie straffen
jullie
jullie hebben
wij vereisen
jullie
jullie hebben vereist
jullie verwerken
jullie verwerkten
jullie hebben