Werkwoorden Taalverhaal - groep 7 week 6 (gebruik TAB om naar het volgende woord te gaan)

  
Kom je er echt niet uit?
Klik dan op de Hint knop.
taalverhaal spelling groep 7 week 6Vul steeds de verleden tijd van de persoonsvorm in.
Het hele werkwoord - de verleden tijd .
afbreken - Ik het gesprek direct af.
balanceren - De kinderen over de evenwichtsbalk.
bengelen - De waaghals aan een van de hoogste takken van de boom.
dwingen - Hij mij eigenlijk zijn paard te slaan; ik kon weinig anders.
glunderen - Hij toen hij het resultaat hoorde.

huiveren - Zij , toen hen het nieuws verteld werd.
inbouwen - De loodgieter een boiler in onder het aanrecht.
kalmeren - De politieagente de gewonde vrouw.
knakken - De takken door de harde storm.
omroepen - De receptioniste een mededeling over een bezoeker om.

opspringen - Ik op toen ik het goede nieuws hoorde.
sparen - De jongste altijd allerlei voetbalplaatjes.
spinnen - De kat zachtjes.
tekenen - De vrouw haar eigen kinderen.
wegvluchten - Hij weg naar het buitenland.