Woordenschat groep 4 - Mensen (2)
Oefening 3: zinnen

Vul alles in en klik dan op "Controleer". Druk op [?] of "Hint" voor hulp. Dat kost echter wel punten.
Vul de woorden op de juiste plaats in. Let op de spelling!
Kies uit: afscheid - gezelligheid - glimmen - kloppen - niemand - staren - tip - treuzelen - wenken - zweten.

1. Ik kreeg een hoe ik het handiger kon doen.
2. Toen ik zo bang was, voelde ik mijn hart in mijn keel .
3. Ze namen voor een lange periode van elkaar.
4. Wat loop je te ? Schiet toch eens op!
5. Ze elkaar aan, maar zeggen allebei niets.
6. We gaan heen voor de .
7. Ze hebben gewonnen en van trots.
8. Als we je , moet je meteen komen.
9. Als je je inspant, ga je .
10. Iedereen zag het gebeuren, maar deed iets.