Tweelingwoorden


-ig

aardig (Cito cat. 24)


-erd, -aard

dikkerd, grijsaard


-tie

portie, vakantie (Cito cat. 29)


eeuw, ieuw, uw

geeuw, nieuw, ruw (Cito cat. 19)


ge klinkt als /zju/

horloge (Cito cat. 31)


-ueel, -iaal

actueel, liniaal (Cito cat. 42)

+ 1


-teit

kwaliteit (Cito cat. 30)


-heid, -heden

snelheid, snelheden (Cito cat. 30)


stomme e

stiekem (Cito cat. 23)

+1               +1               +1


on(t)-

onzin, ontdekking


-elen, -eren, -enen

snuffelen, vergaderen, tekenen (Cito cat. 23)


-lijk

vrolijk (Cito cat. 24)


Puzzel

tweelingwoorden

Spelling oefenen
Eigen woordenlijst

(laten) invoeren en oefenen maar!