Tweelingwoorden


ig

aardig (Cito cat. 24)


be-, ge-, ver-

begin, geluk, verhaal (Cito cat. 13)


ooien, aaien, oeien

dooien, maaien, roeien (Cito cat. 10)


-el

drempel (Cito cat. 13)


eeuw, ieuw, uw

geeuw, nieuw, ruw (Cito cat. 19)


oor, eer, eur

hoor, peer, zeur(en) (Cito cat. 14)

+ eer       + eur        + oor


-heid

snelheid (Cito cat. 30)


-elen, -eren, -enen

snuffelen, vergaderen, tekenen(Cito cat. 23)


-lijk

vrolijk (Cito cat. 24)

Spelling oefenen
Eigen woordenlijst

(laten) invoeren en oefenen maar!

Producten